Om een persoonlijkheidsstoornis vast te stellen, moeten een psychiater en een (neuro)psycholoog u onderzoeken. Wij interviewen u en we vragen u vragenlijstjes in te vullen. Uw naasten betrekken we ook bij de diagnose. Zo brengen we uw persoonlijke ontwikkeling zorgvuldig in kaart.

Welke persoonlijkheidsproblemen zijn er?

Globaal onderscheiden we 10 varianten persoonlijkheidsstoornissen, onderverdeel in 3 clusters

Persoonlijkheidsstoornis Cluster A (vreemd of exentriek gedrag):

  • Paranoïde persoonlijkheidsstoornis
  • Schizoïde  persoonlijkheidsstoornis
  • Schizotypische persoonlijkheidsstoornis

Persoonlijkheidsstoornis Cluster B (theatraal, emotioneel of grillig gedrag):

  • Antisociale persoonlijkheidsstoornis
  • Borderline persoonlijkheidsstoornis
  • Theatrale persoonlijkheidsstoornis
  • Narcistische persoonlijkheidsstoornis

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C (gespannen of angstig gedrag):

  • Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis
  • Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis
  • Obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis

Paranoïde

Uw naasten merken vreemd, teruggetrokken of opvallend gedrag op. Uw kijk op de realiteit is vervormd en u ervaart misschien psychotische symptomen en ongewone overtuigingen. U hebt voortdurend last van wantrouwen.

Borderline

U reageert overdreven, impulsief of overmatig emotioneel. Uw emoties gaan snel van heel verdrietig tot heel vrolijk. Ook ervaart u doorlopend een leeg gevoel en voelt u zich misschien erg onzeker. Mogelijk kost het u veel moeite een leuke relatie te onderhouden met familie, vrienden en anderen. U bent bang dat uw naasten u in de steek laten. Ook zelfbeschadiging en zelfmoordgedachten komen bij borderline vaak voor.

Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis

U bent langdurig gespannen en angstig. Zo kan het zijn dat u voortdurend moeite heeft met alledaagse beslissingen te nemen. U hebt anderen nodig die de verantwoordelijkheid over uw leven overnemen.

Niet Anderszins Omschreven (NAO)

Veel mensen met persoonlijkheidsproblemen hebben symptomen van alle varianten. Dat maakt een vaste diagnose lastig, vandaar de naam Niet Anderszins Omschreven (NAO).