Huisarts

Voor een behandeling bij Dijk en Duin heeft u een verwijzing van uw huisarts nodig. Met hem of haar kunt u ook uw problemen bespreken en advies vragen.


Aanmelden bij Dijk en Duin:

>> Aannmelden verwijzers
>> Aanmelden patiënten

Dementie

Als het geheugen vervaagt...

Iedereen is wel eens wat kwijt, bijvoorbeeld de huissleutels of zijn bril. En dat iemand zich even niet kan herinneren waarvan hij die persoon toch kent, is ook gewone vergeetachtigheid. Het wordt zorgelijker wanneer iemand niet meer weet dát hij een persoon ergens van kent. Geheugenverlies dat verder gaat dan gewone vergeetachtigheid kan een signaal zijn van dementie.

Verschijnselen van dementie

Beginnende dementie
Voortgaande dementie
Vergevorderde dementie
Het eindstadium van dementie

Dementie is een proces van achteruitgang van de hersenfuncties, veroorzaakt door onherstelbare aantasting van de hersenen. Kenmerkend zijn een voortschrijdend verlies van het geheugen en het denk- en oordeelsvermogen. De volgorde waarin de verschijnselen optreden kan van persoon tot persoon enigszins verschillen.  

Beginnende dementie
Kenmerkend voor beginnende dementie zijn:

  • ernstige vergeetachtigheid. Iemand met beginnende dementie heeft aanvankelijk vooral problemen met het kortetermijngeheugen en vergeet zowel details als hele delen van de meest recente gebeurtenissen. Mensen in deze fase van dementie zijn voortdurend spullen kwijt, vergeten afspraken, stellen steeds dezelfde vragen en vertellen telkens dezelfde verhalen.
  • problemen hebben met complexe en nieuwe situaties, zoals een vakantie of ziekenhuisbezoek. Dementerende mensen raken sneller het overzicht kwijt doordat het ordenen van gedachten niet lukt. Ze kunnen dingen niet meer goed organiseren en nemen vaker verkeerde beslissingen.
  • verlies van het besef van tijd. De beginnende dementie uit zich ook doordat iemand niet meer weet welke dag of hoe laat het is. Ook inschatten hoelang iets duurt gaat moeilijker; een bezoek van een kwartier lijkt wel uren te duren.

Deze verschijnselen zijn aanvankelijk moeilijk te onderscheiden van gewone vergeetachtigheid en ouderdomsklachten. Bij een jonger iemand wijt de omgeving deze problemen gemakkelijk aan drukte en stress. Extra lastig is het dat beginnende dementie vaak gepaard gaat met depressie en lijkt op verschijnselen van depressie zoals gebrek aan interesse en plezier, prikkelbaarheid en concentratieproblemen.

De naaste omgeving, veelal de partner, ontdekt meestal het eerst dat er iets mis is. Voor de buitenwereld proberen mensen hun problemen te verbergen of te bagatelliseren: ‘Ach, dat is toch onbelangrijk' of ‘al zo lang geleden', zeggen ze bijvoorbeeld. Ze ontwijken onderwerpen waar ze moeite mee hebben met slimme opmerkingen. Verder proberen ze de gaten in hun geheugen te vullen met verhalen van vroeger. De dementie kan ook gepaard gaan met achterdocht, agressie en het verstoppen of verzamelen van spullen.

↑ naar boven

Voortgaande dementie

  • kwijtraken van het gevoel voor plaats. Bij voortschrijdende dementie herkent de persoon in kwestie plekken niet en weet bijvoorbeeld niet meer waar de auto geparkeerd is. Eerst geldt dat alleen voor relatief nieuwe plaatsen, later zelfs voor de eigen woning.
  • problemen met het uitvoeren van dagelijkse handelingen. Dementerende mensen kunnen handelingen met een bepaalde volgorde steeds slechter uitvoeren, zoals zichzelf wassen en aankleden of eten koken.
  • problemen met rekenen. Omgaan met geld wordt duidelijk een probleem.
  • taalproblemen. Ook de woordenschat verdwijnt beetje bij beetje. Dementerende mensen maken kortere zinnen en vreemde zinsconstructies. Het valt hen steeds moeilijker dingen onder woorden te brengen of te begrijpen wat anderen zeggen.
  • veranderingen in karakter en gedrag. Vaak gaan mensen met dementie zich anders gedragen dan voorheen. Soms doen ze dingen die ze vroeger nooit deden, zoals vloeken of schuine moppen vertellen. Ook kunnen bestaande karaktertrekken steeds uitgesprokener worden.
    Mensen die altijd al kortaf waren worden bijvoorbeeld chagrijnig.
  • Onrust. Iemand die last heeft van dementie moet voortdurend iets doen, loopt rond met spullen, wil opruimen, gaat dwalen en krijgt slaapproblemen. Zo kan het dag- en nachtritme verstoord raken.
↑ naar boven

Vergevorderde dementie

  • voorwerpen niet meer herkennen en niet weten te gebruiken. Een ernstig dement persoon kan bijvoorbeeld een beker voor zich zien staan, maar weet niet meer dat deze bedoeld is om uit te drinken.
  • moeite met bewegen. Dementerende mensen bewegen zich onhandig en houterig. Ze stoten zich steeds vaker, vallen en laten dingen vallen. Veters strikken en bestek gebruiken kunnen ze steeds moeilijker.
  • het wegvallen van fatsoensnormen (decorumverlies). De persoon verzorgt zichzelf slecht, weet niet meer ‘hoe het hoort' en kent geen schaamte. Dat kan leiden tot in vieze kleren rondlopen, zich niet wassen, zich uitkleden in gezelschap of grove taal gebruiken.

↑ naar boven


Het eindstadium van dementie
Mensen in de laatste fase van dementie herkennen zelfs de eigen partner en kinderen niet meer. Ook de herinneringen uit het verre verleden zijn verdwenen. De patiënt wordt vaak weer rustiger, praat nauwelijks meer en begrijpt vrijwel niets meer. Hij is wel gevoelig voor stemmingen en heeft behoefte aan veiligheid en vertrouwen.

↑ naar boven 

Zie ook dementie